Strompelen tot de uitputting

Op mijn trekking doorheen het Langtanggebied in het noorden van Nepal kwam ik een groep tegen. Ze waren in echte expeditiestijl onderweg. Er waren twee dragers, twee gidsen, twee koks en twee 21-jarige Zweedse toeristen die voor vier weken in Nepal waren. De groep was met alle ditjes en datjes uitgerust, hoewel de trekking als een van de lichtere bekendstaat. In Langtang vind je langs de wandelroute op gezette tijden tea houses – Nepalese logdes – waar je voldoende comfortabel kan overnachten en eten.


De Zweedse meisjes waren op wereldreis, en kwamen uit Nieuw-Zeeland afgezakt. Een ‘ontwikkelingsland’ hadden ze nog niet bereisd. Onzeker en niet vertrouwd met de Nepalese ‘way of doing’, hadden ze in Kathmandu bij een agentschap een trekking geboekt van drie weken. 500 dollar hadden ze in totaal betaald.


Een van de dragers leek me wel erg jong. Hij droeg de 25 kilo zware rugzak van de vakantiegangers. Hij raakte regelmatig achterop en liep duidelijk tegen zijn grenzen aan. Ik liep een tijdlang met de groep mee en praatte met de gids. De jongen bleek 12 jaar oud te zijn. De gids had hem simpelweg uit de groep dragers gekozen die zich in Dhunche aanbieden, het startpunt van de trekking. De jongen was dolgelukkig. Als drager kan hij met zijn loon immers bijdragen tot het levensonderhoud van zijn familie. Naar school gaan, daar blijft geen tijd voor over.


Het reisbureau in Kathmandu had de gids opgedragen zelf zijn team samen te stellen, en betaalt hem voor de trekking een vast bedrag. Verbruikt hij weinig, dan stijgt zijn eigen winst. Uiteraard is hij erop uit om goedkope krachten te huren. Het dagloon van een volwassen drager bedraagt tijdens het hoogseizoen 250 roepies (ongeveer zeven dollar); een kind, zoals in dit geval, is hij gewoon met een luttele 150 roepies tevreden te stellen.


Op mijn bedenking dat het hier eigenlijk over kinderarbeid gaat (de leeftijdsgrens is in Nepal 14 jaar), riposteerde hij dat er in Kathmandu ook veel kinderen in tapijtfabrieken werken of als drager aan de slag zijn, ze worden bovendien nog veel slechter betaald. Dat klopt, in de Kathmandu-vallei horen jonge dragers met hun zware lasten bij het alledaagse straatbeeld. Maar rechtvaardigt dat het feit dat kinderen ook in het toerisme uitgebuit worden? Toeristen laten iets dergelijks overigens vaak enkel uit onwetendheid of onoplettendheid gebeuren. Pas nadat ik meerdere foto’s van de jongen had genomen, en nadat ik naar het adres van het reisbureau in Kathmandu had gevraagd, legde hij iets van zijn onverschilligheid af. Het adres ben ik trouwens stiekem van de Zweedse meisjes te weten gekomen.


Een paar dagen later ging ik er langs. Het reisbureau was zelfs naar Nepalese normen erg rudimentair ingericht. De chef liet verstaan dat hij - net zoals zijn collega’s - met minimale inspanningen voor bv. de inrichting snelle winst probeert te maken. Hij gaf wel toe dat een dergelijke manier van werken er toe verleid met goedkope krachten te werken. Hij bezwoer achteraf dat hij de opdracht heeft gegeven enkel dragers in te schakelen die ouder zijn dan 22 jaar.


Bron: vertaalt uit ‘Ferienglück aus Kinderhänden – Kinderarbeit im Tourismus’, door Christine Plüss (Rotpunktverlag, Zürich)