Quote van de maand

[december 2009]
‘Een verkenningstocht op een quadbike kan een opwindende ervaring zijn.’

 

Maar naast hun relatief hoge uitstoot produceren ze flink veel lawaai en zijn ze ontworpen voor off-the-road gebruik. Een woestijn lijkt dan een uitgelezen omgeving, maar schijn bedriegt soms. Ook een woestijn is een ecosysteem, vaak met een uiterst fragiele balans.
 
De ‘opperhuid’ kan bijvoorbeeld korstmossen en micro-organismen bevatten, en verstoring van een dergelijke toplaag resulteert in dode sporen, die zelfs na meerdere decennia nog zichtbaar zijn als littekens. Bovendien komen in de woestijn meer dieren voor dan je zou denken, zoals gazellen, kleine roofdieren, knaagdieren, vogels en reptielen. Die ondervinden allemaal last van het lawaai.

 
Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen
 

 [oktober 2009]
‘Toen de Ngorongorokrater en Serengeti de status van Nationaal Park kregen, werden de Maasai uit hun oorspronkelijke woongebied verwijderd. Ze zouden de natuurlijke balans verstoren.’
 

De overheid nam allerlei beslissingen zonder de Maasai daarin te kennen, protesten leverden niets op. Vervolgens zagen de Maasai toe hoe busjes vol toeristen de gebieden wél mochten betreden. Bezoekers gaven veel geld uit aan entree, vervoer, gidsen, accommodatie en dergelijke maar de Maasai zagen daar niets van, en dat leverde grote woede op. Toeristen voelen dat wel eens bij contacten met de Maasai, want zij waren er mede ‘schuld’ aan dat de Maasai uit hun gebied moesten, zij worden gezien als indringers.

 
Na allerlei acties is er het een en ander veranderd: de Maasai mogen randgebieden weer met hun vee betreden, maar er zijn wel beperkingen in het vruchtgebruik opgelegd. Er worden ook Maasai opgeleid tot parkranger, wat enige werkgelegenheid oplevert. De Maasai exploiteren nu zelf hun cultuurgoed, door sommige van hun traditionele dorpen open te stellen voor bezoekers. Langs toeristische hoofdroutes vragen zij daar hoge bedragen voor en de contacten zijn erg commercieel. Maar wie kan ze dat kwalijk nemen? Er gaat veel geld om in het toerisme rond de wildparken, en na jaren van frustratie pikken de Maasai eindelijk hun graantje mee.

 
Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen
 


[juli 2009]
‘Na aankomst op de luchthaven moesten twee toeristen hun koffer uitpakken omdat men op de scanner heeft gezien dat er verdachte stenen in hun koffer zitten.’

 
In de buurt van de archeologische stad Efese hadden ze deze stenen op het strand gevonden. De security op de luchthaven vermoedde dat ze de stenen uit Efese hadden meegenomen. De twee moesten met hun bagage naar een aparte ruimte. Hier moesten ze wachten tot een historicus de stenen bekeken had. Hij constateerde dat de tekens die men voor hiërogliefen aanzag niet echt bleken te zijn. Gelukkig maar, want in Turkije staat er gevangenisstraf op de vernieling of uitvoer van hiërogliefen.


Soms ligt waardevol cultureel erfgoed onbeschermd in de natuur en letterlijk voor het oprapen: fossielen of overblijfselen van dinosauriërs, archeologische voorwerpen zoals potscherven, speerpunten, vuistbijlen en andere gereedschappen. Met name in landen waar een gebrek is aan kennis over de historische waarde, of waar de financiële middelen ontbreken om bijzondere vindplaatsen en objecten te beschermen, is in het verleden al heel veel cultuurgoed verdwenen.

Inmiddels zijn er in steeds meer landen wetten aangenomen die verdere vernieling en verkwanseling van cultureel erfgoed tegengaan. Bepaalde objecten mogen alleen worden uitgevoerd met de juiste vergunningen, grenscontroles zijn verscherpt en strafmaatregelen zijn strenger geworden.


Soms is het niet eenvoudig om vast te stellen of een object antiek of historisch van grote waarde is. Souvenirhandelaars hebben in de loop der jaren goed begrepen dat sommige toeristen er de voorkeur aan geven om antieke en gebruikte voorwerpen te kopen. Er zijn dan ook veel nieuw vervaardigde souvenirs die kunstmatig van een oud jasje zijn voorzien.


Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van
Informatie Verre Reizen
 


[juni 2009]
‘Met katapults en kleine steentjes probeerden we de bavianen te verjagen.’

Bavianen probeerden voortdurend om iets eetbaars weg te grissen uit onze kampkeuken. Ook de truck moest altijd worden dichtgemaakt, er mocht niets eetbaars blijven slingeren. Met katapults en kleine steentjes probeerden we de bavianen te verjagen. Een serieuze situatie ontaardde in spel, wat wel erg leuk was maar wat ook flinke discussies opleverde: was het wel helemaal in orde om in een wildpark zo met dieren om te gaan? Hoe dichtbij mogen de bavianen ons eten naderen voordat we ingrijpen? En mag je dan wel lol hebben als je je eigen eten verdedigt?

Er zijn plaatsen waar wilde dieren zó gewend zijn geraakt aan de aanwezigheid van mensen, dat ze steeds dichterbij komen. Vaak zijn ze uit op etensresten, ze struinen afvalbakken af of zoeken een waterbron. Het geeft unieke kansen om dieren van dichtbij te zien, maar het is beslist niet wenselijk om dit gedrag te stimuleren.


In Nationale Parken is het doorgaans officieel verboden om dieren te voeren. Om te beginnen horen meegebrachte voedingswaren – maar ook keukenafval – niet tot het natuurlijke dieet van wilde dieren, en het is zeker geen natuurlijk gedrag als dieren keukenafval eten. Bovendien worden de dieren dan een omgeving binnengelokt waar ze worden blootgesteld aan ziektekiemen waar ze geen natuurlijke weerstand tegen hebben. Uiteindelijk kan er een onhoudbare situatie ontstaan, waarbij dieren steeds opdringeriger op zoek gaan naar eten. De keuken verdedigen met katapults en kleine steentjes is dan nog relatief onschuldig. Uiteindelijk is er soms geen andere oplossing dan agressieve dieren te doden.


Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen



[mei 2009]
'Wie gunt een arm kind nu geen t-shirt zonder gaten of een pen of een beetje geld?'

  
Op veel plaatsen zijn de gevolgen van goedbedoeld uitdeel-gedrag uitermate hardnekkig: overal ter wereld zijn er kinderen die de gewoonte hebben ontwikkeld om (blanke) vreemdelingen pardoes om geld, snoep, een pen of een cadeau te vragen. Het is veelal aangeleerd schooigedrag dat buiten de eigen cultuur staat, en dat bovendien vaak de lokale normen van respect overschrijdt.

  
De gebruikelijke begroetingen worden doorgaans overgeslagen en men komt meteen ter zake: geef me een pen!

  
Ter verdediging kan gezegd worden dat het schooien om cadeautjes ooit door toeristen is ingegeven, en dat elke volgende generatie kinderen het gedrag van hun oudere broers en zussen, hun ouders of zelfs grootouders imiteert. In arme landen heet het opportunisme: je weet maar nooit of het iets oplevert, en iets is beter dan niets. Het is een welhaast onomkeerbaar randverschijnsel van toerisme.

 
‘Tijdens een trektocht in Tibet kampeerden we aan de rand van een dorp. Dat was leuk de eerste keer natuurlijk. Kinderen kwamen nieuwsgierig naar ons rare mensen met onze rare spullen kijken. En wij vonden het even leuk om een beetje met die kinderen te lachen, te dollen, foto’s van ze te maken. Geheel ongevraagd, geheel onnodig, geheel ondoordacht beginnen een paar toeristen spulletjes aan die kinderen te geven, genre pennen en ballonnen.

Een paar reizen later raakt de spontaniteit ervan af. Kinderen komen niet meer uit nieuwsgierigheid kijken, ze zijn nu op jacht naar pennen e.d., waar ze openlijk om vragen. Nog een paar reizen later gooien die kinderen baldadig tussen de tenten de lege bierflessen aan scherven, die ze krijgen om in huis te gebruiken of om er het statiegeld van te innen. We waren gedwongen in het vervolg een kilometer verderop te gaan kamperen, buiten het bereik van de overlast die ons inmiddels bij het dorp ten deel viel. Het duurde minder dan een zomerseizoen, en maar zo’n zeven of acht groepsreizen dat de situatie verknoeid was.'

Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen

 


 

[april 2009]

'Wél fotograferen maar niet betalen wordt als diefstal beschouwd.'


Mensen fotograferen tegen betaling

‘Waar we ook stopten, mensen uit de groep deelden geld en snoepjes uit in ruil voor foto’s. Niet echt een gewenste situatie, want er was nauwelijks sprake van contact, het ging alleen maar om de foto’s enerzijds en het geld anderzijds.’


Op sommige toeristische locaties laten mensen zich uitsluitend tegen betaling fotograferen. Er zijn er die er hun beroep van gemaakt hebben om model te staan in traditionele kleding. Poseren voor toeristen is hun inkomstenbron. Wél fotograferen maar níet betalen wordt dan ook als diefstal beschouwd. Het is duidelijk dat het hier om een zakelijke verstandhouding gaat: het gaat niet om het onderling contact, als je maar betaalt voor een foto.

Hoewel daar niets mis mee is, willen veel toeristen het liever anders zien: ‘echte’ traditionele mensen, die in hun eigen sociale omgeving te zien zijn met hun dagelijkse bezigheden. Voor meer spontane foto’s die authenticiteit uitstralen.

Vanuit de bewoners gezien liggen de kaarten heel anders: er passeren toeristen die een kijkje komen nemen binnen lokale gemeenschappen, en die toeristen betalen daar veel geld voor.

Diegenen die in het toerisme werkzaam zijn, verdienen geld aan de toeristen. Wie daarbuiten valt, kan hooguit proberen een graantje mee te pikken van al die toeristen die blijkbaar rijk genoeg zijn om naar andere landen en culturen te komen kijken. Kun je deze mensen het recht ontzeggen om wat geld te vragen in ruil voor een foto? Toerisme heeft nu eenmaal ‘bijwerkingen’ waardoor spontane contacten verzakelijken.

Het hangt van de situatie af of de fotograaf op zo’n verzoek om geld-voor-een-foto moet ingaan, of de gelegenheid moet laten passeren. Het is in elk geval gerechtvaardigd om over een prijs te onderhandelen. Het is ook raadzaam om tot een duidelijke afspraak te komen, met name op die plaatsen waar excessieve bedragen worden gevraagd voor een foto. Dat zijn doorgaans ook de plaatsen waar je problemen mag verwachten als er gefotografeerd wordt zonder dat er overleg heeft plaatsgevonden.


Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen



 


[maart 2009]
‘Zonder toerisme zou het platteland leeglopen en zou de culturele kennis onder de jeugd verloren gaan.’

Lokale gidsen

‘In Mali zorgden toeristen voor veel overlast in dorpen in het Dogon-gebied. Om dit zoveel mogelijk te beperken, hebben lokale autoriteiten toeristen verplicht om een lokale gids – dus van Dogon-oorsprong – bij zich te hebben.

Dat voorkomt dat heilige plaasten met voeten getreden worden en kunstschatten beschadigd of gestolen worden. Deze inzet van lokale gidsen heeft veel jongeren gestimuleerd van de stad naar het platteland terug te keren. Zonder toerisme zou het platteland leeglopen en zou de culturele kennis onder de jeugd verloren gaan.’

 

Maak ter plaatse zoveel mogelijk gebruik van de kennis van de lokale gidsen. Zij kunnen je van binnenuit over hun cultuur vertellen, en het bezoek aan hun omgeving in goede banen leiden.

Het is niet alleen voor jou en je groep nuttig om gebruik te maken van de kennis en het inzicht van lokale gidsen. Het kan tevens een herwaardering van de lokale cultuur tot gevolg hebben. Veel fragiele, inheemse samenlevingen staan onder zware druk om te moderniseren, lokale tradities dreigen te vervlakken.

Wanneer toeristen interesse tonen voor een bepaalde cultuur en allerlei gebruiken die daarmee samenhangen, heeft dat een positief effect op de lokale bevolking. Het betekent een erkenning van hun manier van leven en dat bevordert hun trots en gevoel van eigenwaarde.



 

 

Uit ‘Duurzaam reizen in de praktijk’, een uitgave van Informatie Verre Reizen